Skip to content
Cart
Your cart is empty. Go to Shop
Menu

Abstract – Filosoferen in beeldtaal

Opzet

De opzet van deze les is eenvoudig. We dagen de leerlingen uit om te filosoferen zonder woorden: ze verbeelden hun ideeën, gedachten of emoties in vormen en kleuren. Dat kan door te tekenen, te schilderen, te boetseren, te bouwen met blokken of lego. Vervolgens vragen we groepsgenoten om woorden te geven aan wat zij zien.

Introductie

Start de les met de volgende introductie.

Meestal filosoferen we met woorden: we leggen aan elkaar uit wat we denken, voelen, bedoelen. We stellen vragen en geven in taal betekenis aan de begrippen die we gebruiken. Vandaag gaan we filosoferen zonder woorden. Je probeert in vormen, kleuren, lijnen en compositie weer te geven wat je denkt, voelt of vindt. Dat lijkt misschien lastig, maar net als bij het filosoferen met woorden geldt dat er niet één juiste manier is om dat te doen. Zolang je de opdracht serieus neemt en je best doet om er iets van te maken, is het goed.

Opdracht

Geef de leeringen de volgende opdracht:

Maak (teken, schilder, boetseer) iets wat je niet in woorden kunt vertellen.

Voor sommige leerlingen zal deze opdracht voor verwarring zorgen: Wat moet je dan precies maken? Hoe maak je iets dat niets is? Is een vierkant, een cirkel of een kleur niet iets wat je in woorden kunt vertellen?
Daag deze leerlingen uit om zelf na te denken en te besluiten hoe zij de opdracht gaan invullen. Dat is immers ook wat filosoferen is: je eigen betekenis geven en die tot uitdrukking brengen. Herhaal zo nodig dat het niet perfect hoeft, dat er niet één juiste uitwerking is en dat er geen foute oplossingen zijn in deze opdracht.

Geef de leerlingen voldoende tijd om de opdracht te interpreteren en vorm te geven, bijvoorbeeld 20-30 minuten.
Biedt materiaal dat binnen die tijdspanne verwerkt kan worden. Denk aan:

  • Schilderen of tekenen met krijt op A4-formaat;
  • Tekenen (met kleurpotlood of stift) op A5-formaat;
  • Collage met gekleurd papier op A4 of A5-formaat;
  • Boetseren met gekleurde (zachtblijvende) boetseerklei;
  • Bouwen met kapla of blokken;
  • Bouwen met lego.

Rond na 20-30 minuten de opdracht af.
Laat de leerlingen hun werkplek opruimen en het werkstuk goed zichtbaar exposeren.

Interpreteren

Nodig de groep vervolgens uit om elkaars werkstukken te bekijken. Laat de leerlingen rondlopen en rondkijken. Kies vervolgens een paar (3 tot 4) werkstukken uit om klassikaal te bespreken. Benadruk daarbij dat het niet gaat om wat de leerlingen ervan vinden – in termen van mooi of lelijk – maar stel de volgende vragen:

  • Wat zie je erin?
  • Wat denk je erbij?
  • Welk gevoel geeft het je?
  • Welke sfeer heeft het?
  • Klopt het dat het iets is wat moeilijk in woorden uit te leggen is?
  • Hoe was het voor de maker om dit werkstuk te maken?
Afronding

Rond de les af met de onderstaande toelichting op abstracte kunst:

Kunstwerken die vooral bestaan uit kleuren en vormen, die iets laten zien dat moeilijk in woorden is uit te leggen, noem je abstracte kunst. Lange tijd waren kunstwerken een verbeelding van de werkelijkheid. In de vroegere kunstgeschiedenis was dat de meest gebruikelijke manier van schilderen of beeldhouwen: kunstenaars maakten portretten van bestaande mensen, schilderden landschappen na, of stillevens.
Aan het begin van de 20e eeuw, met de opkomst van de moderne kunst, gingen kunstenaars kunstwerken maken die vooral bestonden uit vormen, kleuren, ritmes en contrasten. Zij probeerden niet iets bestaands weer te geven, maar iets nieuws te laten zien. Wie naar het kunstwerk kijkt, kan er zelf betekenis aan geven. 

Onderstaand is een aantal kunstenaars genoemd die abstract werk maakten. Via google-afbeeldingen kun je tot slot een paar voorbeelden laten zien.

  • Alexander Calder
  • Piet Mondriaan
  • Sonia Delaunay
  • Wassily Kandisky
  • Sophia Taeuber-Arp
  • Elaine de Kooning