Skip to content
Cart
Your cart is empty. Go to Shop
Menu

Dat is de vraag! – Een les in vragen stellen

Opzet

Als we filosoferen, starten we met een filosofische vraag: een vraag waarop niet één juist antwoord bestaat, maar waarop heel veel verschillende antwoorden mogelijk zijn. Iedereen kan vanuit zijn eigen ideeën, ervaringen en kennis antwoorden op deze vragen bedenken. In deze les worden de leerlingen uitgedaagd zelf leuke, spannende, grappige, moeilijke en ook filosofische vragen te bedenken.

Het is voor deze jonge leeftijdsgroep niet nodig, en bovendien nog ingewikkeld, om een onderscheid te maken tussen filosofische en andere (onderzoekende) vragen. Deze les stimuleert vooral de creativiteit en durf om allerlei soorten vragen te bedenken en te stellen. De les bestaat uit vier rondes met opdrachten tot het bedenken van vragen.

Het bedenken van vragen kan ertoe leiden dat de kinderen direct ook op zoek gaan naar antwoorden. Juist een goede en boeiende vraag roept die urgentie op. Probeer, met vriendelijkheid, tijdens de les de leerlingen steeds terug te leiden naar het bedenken van vragen. Lukt dat maar nauwelijks, beperk de les dan tot twee of drie rondes met zowel vragen als antwoorden.

Introductie

Start de les met de volgende introductie:

Als we filosoferen, beginnen we altijd met een vraag. In deze les gaan we zelf vragen bedenken. Dat kunnen leuke, moeilijke, grappige, spannende of filosofische vragen zijn. Die vragen kunnen over van alles gaan. Wat denk je van de volgende voorbeelden:

  • Drinken vissen water?
  • Wat is niets?
  • Praten planten met elkaar?
  • Bestaat er iets wat iedereen eng vindt?
  • Waarom is de lucht blauw?

Die vragen willen natuurlijk allemaal een antwoord. Maar dat kunnen we bewaren voor een andere les.

Gespreksregels

Geef deze les in de kring. Benoem, net als bij het filosoferen, een paar gespreksregels.

Ronde 1: Vragen over de gewone dingen

Geef de leerlingen de volgende opdracht:

Kijk goed om je heen? Wat zie je allemaal? Bedenk vragen bij de dingen die je om je heen ziet.

Indien de leerlingen moeite hebben met het bedenken van een vraag, kun je ze op weg helpen met een vraagwoord of zinsdeel:

  • Wat is … ?
  • Waarvoor is …?

Vraag de leerlingen een vinger op te steken als zij een vraag hebben bedacht en laat ze hun vraag delen met de groep.

Ronde 2: Moeilijke piekervragen

Geef de leerlingen de volgende opdracht:

Soms krijg je zomaar een reuze-moeilijke vraag in je hoofd. Bijvoorbeeld als je door het donker rijdt achterin de auto, of ‘s avonds als je in bed ligt. Doe eens je ogen dicht en probeer je zo’n ingewikkelde vraag te herinneren. Of bedenk er nu één.

Help de leerlingen zo nodig op weg met een vraagwoord of zinsdeel:

  • Waarom … ?
  • Hoe kan het eigenlijk dat …?

Vraag de leerlingen een vinger op te steken als zij een vraag hebben bedacht. Laat ze hun vragen vertellen aan de groep.

Ronde 3: De gekste, grappigste vragen

Maak tweetallen en geef de volgende opdracht:

Bedenk samen de aller-grappigste, gekste vraag die er bestaat.

Help de leerlingen zo nodig op weg met de volgende frase:

  • Hoe zou het zijn als … ?

Geef de leerlingen een paar minuten om te denken en te overleggen. Ga vervolgens de kring rond om van alle tweetallen hun grappigste vraag te horen.

Ronde 4: Allemaal vragen over één onderwerp

Geef de leerlingen tot slot de opdracht verschillende vragen te bedenken bij één onderwerp, bijvoorbeeld vriendschap, gevaar, gedachten, dieren of – aansluitend bij de Maand van de Filosofie 2024 – over chaos, drukte, rommel of regels:

Laten we proberen zoveel mogelijk vragen te bedenken bij hetzelfde onderwerp. Dat onderwerp is (…).

Vraag de leerlingen weer een vinger op te steken als zij een vraag hebben bedacht. Noteer de vragen eventueel op papier of op het bord om er later op terug te komen. Tel tot hoeveel verschillende vragen jullie kunnen komen.

Mocht er nog concentratie over zijn, dan kunnen de leerlingen in deze laatste fase van de les nog even filosoferen over het gekozen onderwerp.

Aflsluiting

Sluit de les af door de leerlingen te complimenteren met hun inzet en vindingrijkheid.