Skip to content
Cart
Your cart is empty. Go to Shop
Menu

Denken over deugden – Vreedzaamheid

Toelichting voor de gespreksleider bij het denken over deugden

Deugden zijn positieve houdingen en gedragingen die samenhangen met je waarden: je handelt in overeenstemming met wat je belangrijk vindt. Dat klinkt logisch, maar gaat niet vanzelf. Soms doe je de dingen gemakkelijker, sneller of leuker op een manier die eigenlijk niet bij je waarden past. Deugden zijn daarom een uitdaging. Ze hebben aandacht en oefening nodig, zodat je ze kunt toepassen wanneer de omstandigheden erom vragen. Er zijn diverse deugden die aansluiten bij het leven van basisschoolleerlingen en die we kinderen graag meegeven. Denk bijvoorbeeld aan behulpzaamheid, creativiteit, geduld, gehoorzaamheid, vertrouwen, eerlijkheid en doorzettingsvermogen. De onderstaande opzet voor het denken over deugden laat kinderen op speelse wijze stilstaan bij en nadenken over één van de deugden. Vervolgens kun je deze deugd meenemen en oefenen in de dagelijkse praktijk van de groep.

Opzet

Het denken over deugden kan op verschillende manieren. Na de introductie kun je met de leerlingen een gesprek voeren in de kring aan de hand van de onderstaande vragen. Een aantal van deze vragen komt echter terug op het deugdenwerkblad (zie de link bij ‘Afsluiting en verwerking’.) Je kunt er daarom ook voor kiezen om:

  1. de leerlingen in tafelgroepjes aan het werkblad te laten werken, terwijl ze er samen over in gesprek gaan. Na de introductie gaan de leerlingen zelfstandig aan de slag en loopt je de klas rond om de  verschillende groepjes te begeleiden;
  2. klassikaal het filosoferen en werken aan het werkblad met elkaar te combineren. De leerlingen zitten in dat geval aan hun tafels in plaats van in de kring. Na de introductie neem je met de groep de vragen op het werkblad één voor één door. Steeds denk je eerst samen na over de mogelijke antwoorden, waarna de leerlingen hun persoonlijke ideeën en antwoorden op de gestelde vraag weergeven op het werkblad.
Introductie

Vertel over de deugd die jullie gaan bespreken. Geef zelf één of enkele voorbeelden uit de groep die de deugd illustreren: situaties waarin de leerlingen of jijzelf deze deugd toepassen of nodig hebben. Geef bij onduidelijkheid ook een omschrijving van de deugd.

Omschrijving van de deugd vreedzaamheid

Vrede is een gevoel van rust, je ben tevreden en maakt je geen zorgen. Vrede ontstaat niet vanzelf. Soms is er ruzie of onenigheid. Dan kun je met vreedzaamheid werken aan een oplossing die voor iedereen passend is. Vreedzaamheid betekent dat je elkaar goed en eerlijk wilt behandelen, zoals je zelf behandeld wilt worden. Vreedzaamheid is belangrijk tussen mensen, maar ook tussen landen. Waar geen vrede bestaat, is oorlog, onveiligheid en verdriet. Zelfs als een oorlog wordt gewonnen, zijn er eigenlijk alleen verliezers. Wie vredelievend is, gebruikt geen geweld of gescheld. Je gaat uit van het goede in andere mensen.

Gespreksregels

Ga in de kring en benoem de gespreksregels die passen bij het filosoferen.

Onderzoekende vragen

Denk samen na aan de hand van de volgende vragen.

  • Wanneer heb jij vreedzaamheid nodig gehad?
  • Hoe ziet vreedzaamheid eruit? En hoe praat je als je vreedzaam spreekt?
  • Wat is het tegenovergestelde van vreedzaamheid?
  • Waarom is het soms moeilijk om vreedzaam te zijn? Is het voor de één lastiger dan voor de ander? Hoe komt dat?
  • Hoe kun je vreedzaamheid oefenen? Op welke manier?
  • Ken je iemand die bijzonder goed is in vreedzaamheid? Waar merk je dat aan?
  • Welk dier past goed bij de deugd vreedzaamheid en waarom?
  • Welke figuur uit strip, film of boek past bij de deugd vreedzaamheid? Waarom vind je dat?
Afsluiting en verwerking

Sluit het gesprek af met een korte samenvatting. Ter verwerking kunnen de leerlingen het deugdenwerkblad bij de deugd vreedzaamheid invullen, die je vindt onder deze link. Verzamel de ingevulde werkbladen op het prikbord of de leerwand of geef ieder kind een filosofieschrift of -map om gedurende het schooljaar verwerkingsopdrachten in te verzamelen.