Skip to content
Cart
Your cart is empty. Go to Shop
Menu

Denken over superkrachten: chaos en orde

Toelichting op de werkvorm

In deze oefening maken de leerlingen een keuze uit drie aantrekkelijke ‘superkrachten’: bovenmenselijke talenten of kwaliteiten die het leven gemakkelijker, interessanter of beter zouden kunnen maken. Iedereen fantaseert waarschijnlijk weleens over zulke mogelijkheden en ze staan vaak aan het wieg van uitvindingen en innovaties. Kinderen kennen ze uit tekenfilms of strips over superhelden.

Het denken over de superkrachten vraagt van de leerlingen om de voordelen en consequenties van de verschillende vaardigheden of talenten te onderzoeken en vervolgens een beredeneerde afweging te maken. Na een individuele keuze volgt, om de leerlingen uit te dagen in argumenteren en overtuigen, een gezamenlijke keuze.

Drie superkrachten in chaos en orde

De drie superkrachten in deze les, die betrekking hebben op chaos en orde, zijn:

  • Je raakt nooit iets kwijt.
  • Je kunt binnen 10 seconden je kamer opruimen.
  • Je kunt zelf bepalen wat je onthoudt of vergeet.

Liever een andere invalshoek? Kijk in de database voor meer gespreksmaterialen rondom superkrachten, met verschillende thema’s.

Opzet van de werkvorm

Verdeel de klas in groepjes van ca. 5 leerlingen of werk met bestaande tafelgroepjes. De les bestaat uit verschillende fasen.

Fase 1
Gebruik de PPT in deze download om de groepjes te helpen de verschillende superkrachten te onderzoeken, af te wegen en te beargumenteren. Noem één superkracht tegelijk en geef steeds even de tijd om zelfstandig te filosoferen.

Fase 2
Vraag de leerlingen om individueel te kiezen welke superkracht hun voorkeur heeft. Laat ze in hun groepjes vertellen wat ze hebben gekozen en waarom.

Fase 3
Elk groepje mag uiteindelijk één superkracht kiezen. Stel dat de superkracht werkelijkheid wordt als jullie gezamenlijk een keuze maken. Welke zouden jullie dan kiezen?
Geef voldoende tijd om met elkaar in gesprek te gaan en de keuze af te wegen. Benadruk dat felle discussies niet nodig zijn en dat het er niet om gaat wie wint. Het gesprek en de argumenten of redenen zijn belangrijker dan de uitkomst – als het niet lukt om er samen uit te komen is het interessant om na te gaan hoe dat komt.

Fase 4
Evalueer tot slot met de klas hoe het filosoferen is verlopen. Was het moeilijk om zelf een keuze te maken? Was het moeilijk(er) om samen een keuze te maken? Bestaat er verschil tussen de verschillende groepjes, of is er in de klas overeenstemming over de beste superkracht?