Skip to content
Cart
Your cart is empty. Go to Shop
Menu

Denkweb over politiek

Opzet van de werkvorm

De opzet van de werkvorm ‘denkweb’ is eenvoudig en actief en lijkt op een gezamenlijk woordweb of mind-map. Verdeel de klas in groepjes van 4 à 5 leerlingen of werk met de bestaande tafelgroepjes. Geef elk groepje een groot vel papier (op de meeste scholen is teken- of knutselpapier te vinden van 50×70 cm) met daarop in het midden één van de onderstaande vragen. Schrijf op elk van deze werkvellen een andere vraag.

Elke leerling heeft een eigen pen en schrijft daarmee zijn of haar reactie op de vraag op het werkvel. Tijdens het schrijven kunnen de leerlingen met elkaar overleggen en van gedachten wisselen. Na 5 minuten wisselen de groepjes van plek – ze draaien door naar de volgende vraag. Daar lezen ze zowel de vraag als de reacties van hun klasgenoten.
Geef de leerlingen vervolgens weer 5 minuten om hun eigen antwoorden op te schrijven of te reageren op wat er al staat. Dat kunnen ze bijvoorbeeld op de volgende manier doen:

  • Ik ben het ermee eens/oneens, omdat ….
  • Ik vind dit (g)een goed idee, want ….
  • Dit is belangrijk, want ….
  • Ik heb een ander voorbeeld: ….

Loop als leerkracht-gespreksleider rond tijdens het schrijven om mee te luisteren, mee te lezen, aan te moedigen of vragen te stellen die de kinderen helpen om verder te denken.

Wissel van plek totdat alle groepjes op alle vragen hebben gereageerd of totdat de lestijd op is. Wanneer de leerlingen zijn teruggekeerd bij hun groepstafel of eerste werkvel, vraag hen dan om op dat werkvel het leukste, interessantste of meest originele idee te omcirkelen.
Evalueer tot slot hoe de les is verlopen.

Vragen voor een denkweb over politiek

Schrijf voor het denkweb over gevaar (enkele) van de volgende vragen op verschillende werkvellen (evenveel als het aantal groepjes in de klas). Kies steeds voor één vraag per denkweb.

  • Wat is politiek?
  • Kan een land zonder politiek? Waarom denk je dat?
  • Welke politieke partijen ken je? Welke spreekt je het meest aan en waarom?
  • Vind je dat kinderen stemrecht moeten hebben? Waarom (niet)?
  • Wie is je favoriete politicus en waarom?
  • Denk je dat het moeilijk is om minister te  zijn? Waarom (niet)?
  • Wie is de baas van Nederland? Waarom denk je dat?
  • Wat zou de politiek moeten verbeteren in Nederland en waarom?
  • Vind je politiek interessant? Waarom (niet)?