Skip to content
Cart
Your cart is empty. Go to Shop
Menu

Filosoferen over identiteit

Introductie

Laat de leerlingen, voorafgaand aan het gesprek, individueel vijf kenmerken opschrijven van zichzelf. Help ze eventueel op weg met de volgende vragen:

  • Wat hoort echt bij jou?
  • Wat is speciaal aan jou?
  • Waaraan kunnen we jou herkennen?

Vraag de leerlingen hun lijstjes in te leveren en lees er een aantal voor voor de groep. Kunnen de andere leerlingen uit deze kenmerken opmaken om wie het gaat?
Als alternatief kan de leerkracht zelf een aantal kinderen aan de hand van kenmerken beschrijven voor de groep en de leerlingen laten raden om wie het gaat.

Gespreksregels

Leid het filosoferen in en benoem de gespreksregels in de kring.

Filosofische vragen

Denk samen na aan de hand van (enkele van) de onderstaande vragen.

  • Welke verschillen zijn er tussen jou en je klasgenoten? Wat is uniek aan jou?
  • Welke verschillen zijn er tussen jou en je broertje(s) of zusje(s)?
  • Waardoor zijn mensen verschillend?
  • Hoe kan het dat kinderen met dezelfde ouders toch verschillend zijn?
  • Is het toeval dat je bent zoals je bent?
  • Zou er iemand op de wereld bestaan die net zo is als jij?
Afsluiting en verwerking

Sluit het gesprek af met een korte samenvatting.
Ter verwerking van het gesprek kunnen de leerlingen als tekenopdracht hun naam (of de eerste letter daarvan) creatief in beeld brengen – zoals een graffiti-artiest. Zoek online eventueel op ‘graffiti+namen’ voor voorbeelden. Vraag de leerlingen in hun ontwerp iets te laten zien van wie zij zijn: door de vorm van de letters, het kleurgebruik en een klein kenmerk zoals hun sport, hun huisdier of hobby.