Groepsdialoog met rollen: Hoe zou een wereld zonder geld eruit zien?

Opzet van de groepsdialoog met rollen (niveau 1)

In deze lesopzet vervult de groep verschillende rollen, waardoor de leerlingen diverse vaardigheden binnen het filosofisch gesprek nadrukkelijker oefenen. De rollen op dit eerste niveau zijn de filosofen, de vragenstellers (4 tot 6 leerlingen) en de notulisten (3 leerlingen).

  1. De filosofen hebben dezelfde rol als in andere filosofische gesprekken: zij zijn de onderzoeksgroep die gezamenlijk probeert antwoorden te vinden op de gestelde vragen of inzichten te verwerven over het gekozen onderwerp.
  2. De vragenstellers mogen tijdens het gesprek uitsluitend vragen stellen. Daarvoor moeten zij kritisch luisteren naar de inbreng van de filosofen en de loop van het gesprek. Ze maken géén gebruik van vooraf geformuleerde vragen uit het lesmateriaal. Ze kunnen wel een paar vaste doorvraag-vragen achter de hand houden, bijvoorbeeld: Waarom denk je dat? Denkt iemand daar anders over, en waarom? Wat bedoel je met (…)? Kun je een voorbeeld geven?
  3. De notulisten maken aantekeningen tijdens het gesprek, in tekst en/of beeld. Ze noteren de belangrijkste uitspraken en inzichten. Het doel van hun aantekeningen is van tevoren gegeven, bijvoorbeeld een weergave  van het gesprek op het prikbord of de leerwand of een kort stukje voor de nieuwsbrief.

De rol van de leerkracht-gespreksleider bestaat uit het faciliteren van het gesprek door het reguleren van spreekbeurten en handhaven van de gespreksregels. Werk daarnaast samen met de vragenstellers. Moedig ze aan heldere, filosofische vragen te formuleren. Vul waar nodig aan met eigen vragen of vragen uit de gespreksvoorbereiding, vooral wanneer je merkt dat het gesprek oppervlakkig blijft en meer diepgang behoeft.

Voorbereiding

De centrale onderzoeksvraag van dit gesprek luidt: Hoe zou een wereld zonder geld eruit zien? Benoem deze onderzoeksvraag bij de leerlingen. Schrijf hem eventueel eerder in de week al op het bord om de leerlingen de tijd te geven er vast over na te denken.

Kringopstelling en gespreksregels

Verdeel de rollen. Maak in de kringopstelling duidelijk wie welke rol vervuld, bijvoorbeeld: de filosofen in de kring, de schrijvers aan tafeltjes net buiten de kring (of met een schrijf- of tekenblok in de kring), de vragenstellers links en rechts van de leerkracht-gespreksleider. Benoem de gespreksregels in de kring.

Filosoferen

Laat de leerlingen starten met de centrale onderzoeksvraag: Hoe zou een wereld zonder geld eruit zien?
Volg samen met de vragenstellers de dialoog die ontstaat en vraag daarop door.
Gebruik zo nodig de onderstaande vragen ter aanvulling.

  • Wat is geld precies?
  • Waarom bestaat geld, denk je? Hebben we geld nodig?
  • Bestaan er dingen die niet voor geld te koop zijn? Welke zijn dat bijvoorbeeld?
  • Is geld belangrijk? Waarom (niet)?
  • Maakt geld gelukkig? Maakt geen geld ongelukkig?
  • Hoeveel geld heeft een mens nodig?
Afsluiting en evaluatie

Sluit het gesprek af met een korte samenvatting of vraag de notulisten dit te doen. Evalueer samen de werkwijze en het verloop van het gesprek. Hoe was het om vragensteller te zijn? Is het moeilijk om tijdens het gesprek vragen te bedenken? Lukte het de notulisten om het gesprek te volgen en de belangrijkste woorden en zinnen te noteren? Is het moeilijk om een gesprek kort samen te vatten? Zijn de filosofen tot nieuwe ideeën en inzichten gekomen? Wat hebben zij geleerd van het gesprek?

Verwerking

Geef de aantekeningen van de notulisten samen vorm en verwerk deze op het prikbord, de leerwand of in een nieuwsbericht.