Filosoferen over emancipatie

 

Introductie

Deze les gaat over gelijke rechten en gelijke kansen voor iedereen. Dat lijkt logisch en de mensenrechten zijn daarop gebaseerd: iedereen is evenveel waard en iedereen mag meedoen. Maar de werkelijkheid is weleens anders. Niet iedereen heeft gelijke kansen in de wereld.

Startvraag

Bij wijze van start brainstormen de leerlingen in tweetallen of tafelgroepjes over de volgende startvraag.

  • Weet je een voorbeeld van ongelijkheid? Kun je een voorbeeld noemen van mensen, groepen mensen, die niet mee mogen of kunnen doen? Hoe komt dat?

Inventariseer de voorbeelden van de leerlingen. 

Video

Als mensen streven naar gelijkwaardigheid, noem je dat emancipatie – een moeilijk woord, maar met een herkenbare betekenis. Bekijk dit filmpje van SchoolTV ter verduidelijking.

Gespreksregels

Ga in de kring om te filosoferen. Leid het filosoferen in en benoem de gespreksregels.

Filosoferen over gelijkheid en gelijkwaardigheid

Denk samen na over (enkele van) de volgende vragen.

  • Waardoor kunnen mensen van elkaar verschillen? Zijn dat grote of kleine verschillen? Waarom?
  • Zorgen verschillen ervoor dat de ene mens meer waard is, of meer kansen heeft, dan de ander?
  • Vind je dat iedereen dezelfde kansen en rechten zou moeten hebben? Waarom vind je dat?
  • Waarom denk je dat het soms moeilijk is om gelijke kansen en gelijke rechten voor iedereen te bereiken?
Afsluiting en verwerking

Sluit het gesprek af met een korte samenvatting.
Ter verwerking kun je de poster onder deze link weergeven op het digibord. Daarop zijn de volgende mensen te zien: Suze Groeneweg, Greta Thunberg, Barack Obama, Bibian Mentel, Ahmed Aboutaleb en Malala Yousafzai. Vinden de leerlingen dat deze bekende figuren een voorbeeld zijn van emancipatie? Hebben zij te maken met gelijkheid, gelijke rechten of gelijke kansen? Waarom denk je dat?