Zelfstandig filosoferen: Wat is beter, een geheim bewaren of de waarheid vertellen?

Toelichting voor de gespreksleider

In deze les oefenen de leerlingen met het zelfstandig filosoferen in kleine groepjes, met het samenvatten van hun gezamenlijke ideeën en met het kritisch bevragen en onderzoeken van uitspraken. Je filosofeert niet in de kring, maar wisselt af tussen tafelgroepjes en de gehele klas. Op het schoolbord worden de ideeën verzameld. Doel van de les is om tot een gezamenlijk antwoord op de centrale vraag te komen.

Start

Schrijf de centrale vraag op het bord, eventueel al een paar dagen voorafgaand aan het gesprek.
Stel de vraag hardop aan de groep. Laat de kinderen een paar minuten zelfstandig met elkaar in gesprek gaan (in tafelgroepjes van 4 tot 5 leerlingen).

Eerste ideeën

Verzamel de eerste ideeën. Laat elk groepje klassikaal verwoorden wat er is besproken en welke gedachten zij hebben over de vraag. Oefen daarbij met het samenvatten van de verschillende antwoorden.

Beweringen

Welke beweringen (uitspraken) zijn er in de groep? Schrijf ze kort en bondig op het bord. Vraag de leerlingen om kritisch op de beweringen te reageren:

  • Staat er een uitspraak of idee bij waar je een vraag over wilt stellen?
  • Is er uitspraak of idee bij waar je anders over denkt en op wilt reageren?

Ideeën toetsen

Gedurende het onderzoek zullen er één of enkele centrale ideeën naar voren komen waar meerdere leerlingen of groepjes het over eens zijn. Omcirkel deze ideeën op het bord. Vraag de leerlingen om die ideeën in hun tafelgroepjes kort te bespreken aan de hand van de volgende vragen.

  • Geldt dat voor iedereen (voor alle mensen)? 
  • Geldt dat altijd (in alle situaties)?

Bespreek klassikaal de uitkomsten.

Inspiratievragen

Je kunt het onderzoek vervolgen of verdiepen aan de hand van één of twee van de volgende inspiratievragen. Kies hieruit vragen die goed aansluiten bij de dialoog die al in de groep is ontstaan.

  • Denk je dat alle mensen geheimen hebben? Waarom denk je dat?
  • Bestaan er goede en slechte geheimen?
  • Is het moeilijk om een geheim te bewaren? Waarom (niet)?
  • Is het moeilijk om de waarheid te vertellen? Waarom (niet)?
  • Kun je iemand helpen door een geheim te bewaren? Op welke manier?
  • Kun je iemand helpen door de waarheid te vertellen? Op welke manier?
Conclusie en afsluiting

Probeer tot slot het onderzoek samen te vatten en conclusie te vinden die (min of meer) gedeeld wordt door de groep.