Gedicht ‘Als ik groot ben’ – Filosoferen over later als je groot bent

Introductie

Lees bij wijze van ervaringsmoment het gedicht ‘Als ik groot ben’ voor uit de bundel ‘Ik zie je wel, ik hoor je wel’ van M. Diekmann (Querido 1985).
In het boek staat een illustratie die het gedicht verduidelijkt. Je kan dat ook doen door bijvoorbeeld een teddybeer op schoot te nemen en een ingelijste foto van vader (baard-meneer) en moeder (een dame) te laten zien (evt. op het digibord).

Gespreksregels

Benoem voor de jongste kleuters bij elk gesprek opnieuw wat de werkwijze en het doel van het filosoferen is, bijvoorbeeld: Er zijn vragen waar we samen over nadenken. We vertellen elkaar in de kring wat we denken. Alle antwoorden zijn goed en iedereen doet mee.

Filosofische vragen

Denk samen na aan de hand van de volgende vragen:

  • Wanneer ben je groot? Wanneer ben je een groot mens?
  • Zijn alle grote mensen klein geweest? Hoe weet je dat?
  • Wat verandert er als je groot wordt?
  • Ben je nog jezelf als je groot bent? Waarom (niet)?
  • Houd je nog van je knuffels als je groot bent? Waarom (niet)?
Afsluiting

Sluit het gesprek af met een korte samenvatting.

Verantwoording

Gedicht: M. Diekmann
uit: ‘Wiele wiele stap’ (opgenomen in de bundel ‘Ik zie je wel, ik hoor je wel’)
Querido, Amsterdam 1977.