Gedicht ‘Als jij de nacht was’ – Filosoferen over persoonlijkheid

Introductie

Lees ter introductie de volgende twee gedichten van B. Kuipers voor uit de bundel ‘Heel de wereld wordt wakker’:

  • ‘Als jij de nacht was’ op pag. 228
  • ‘Als jij de wind was’ op pag. 229
Gespreksregels

Leid het filosoferen in en benoem de gespreksregels in de kring.

Filosoferen

Denk samen na aan de hand van (enkele van) de volgende vragen.

  • Is de nacht iemand? Is de wind iemand?
  • Wanneer ben je iemand?
  • Wat is het verschil tussen iets en iemand?
  • Kun je van natuurverschijnselen (het weer) de indruk hebben dat ze iets voelen of bedoelen: kan de wind boos lijken, de regen treurig, de sneeuw lieflijk? Kun je nog meer voorbeelden bedenken?
  • Waarom doen we soms alsof iets leeft – alsof iets iemand is – terwijl we weten dat het niet waar is?
  • Als jij een natuurverschijnsel zou zijn, wat zou je dan zijn? En waarom?
Afsluiting en verwerking

Sluit het gesprek af met een korte samenvatting.
Ter verwerking kunnen de leerlingen een korte tekst, een niet-rijmend gedicht, schrijven over zichzelf als natuurverschijnsel – aansluitend bij de gedichten uit de inleiding. Laat de leerlingen hun tekst als volgt beginnen:

  • Als ik de nacht was ….; of
  • Als ik de wind was … ; of
  • Als ik een vulkaan was ….  Etcetera.

Vraag tot slot enkele leerlingen hun teksten voor te lezen aan de klas.
De gedichten kunnen een plek krijgen op de leerwand of het prikbord.

Verantwoording

Gedichten: ‘Als jij de nacht was’ en ‘Als jij de wind was’ door B. Kuipers
Uit: ‘Heel de wereld wordt wakker’ (J. Robben, red.)
Uitgeverij Gottmer, Haarlem 2022.