Filosoferen over vaders en moeders

Introductie

Lees ter introductie een gedicht over vaders en moeders voor, bijvoorbeeld:

  • ‘Papa en mama’ uit de bundel ‘Jij en ik en mijn rode fiets’ van Jujja Wieslander;
  • ‘Antwoord van papa’ en ‘Antwoord van mama’ uit de bundel ‘Heel de wereld wordt wakker’ (pag. 38/39)

Lees het gedicht tweemaal, zodat alle kinderen het goed kunnen volgen.

Alternatieve introductie

Ga de kring rond en laat elke leerling de namen van haar of zijn vader(s) en moeder(s) noemen.

Begrijpend luisteren

Stel enkele ervaringsvragen aan de kinderen die aansluiten op het gedicht:

  • Lijken jouw papa(s) en mama(s) op elkaar? Wat is verschillend? Wat is hetzelfde?
  • Van wie zijn jouw vader(s) en moeder(s)?
Gespreksregels

Leid het filosoferen in en benoem de gespreksregels in de kring.

Filosofische vragen

Denk samen na aan de hand van (enkele van) de volgende vragen.

  • Heeft iedereen een vader en een moeder? Waarom (niet)?
  • Zijn alle grote mensen een vader of een moeder? Worden alle kinderen later een vader of een moeder?
  • Waar heb je een vader voor nodig?
  • Waar heb je een moeder voor nodig?
  • Wat is het verschil tussen vaders en moeders?
  • Wil jij later een moeder of vader worden? Waarom (niet)?
Verwerkingsopdracht

Vraag de kinderen om zichzelf te tekenen als een vader of moeder. Of neem het thema meer naar buiten naar het schoolplein en laat de kinderen spelen dat zij vaders en moeders zijn: de kinderen naar school brengen met de karren, eten koken in de zandbak en aan het werk in de tuin of op het klimrek.

Verantwoording

Gedicht 1: J. Wieslander
Vertaling: H. Hagen, M. Hagen, M. Törnqvist
uit: ‘Jij en ik en mijn rode fiets’
Querido, Amsterdam 2010

Gedicht 2: E. van Os en E. van Lieshout
uit: ‘Heel de wereld wordt wakker’ (J. Robben red.)
Uitgeverij Gottmer, Haarlem 2022.