Zelfstandig filosoferen: Is echt beter dan namaak?

Toelichting voor de gespreksleider

In deze les oefenen de leerlingen met het zelfstandig filosoferen in kleine groepjes, met het samenvatten van hun gezamenlijke ideeën en met het kritisch bevragen en onderzoeken van uitspraken. Je filosofeert niet in de kring, maar wisselt af tussen tafelgroepjes (van 4-5 leerlingen) en de gehele klas.

Opzet

De leerlingen zien op het bord steeds twee fotoparen en krijgen daarbij een vraag. Ze bespreken deze vraag in hun groepje. Vervolgens delen de groepjes klassikaal welke antwoorden of ideeën zij gevonden hebben. Ze oefenen daarbij in het samenvatten. De ideeën worden kort genoteerd op het bord. De verzameling ideeën op het bord wordt tot slot kritisch bekeken en de groep probeert hieruit tot een (min of meer) gezamenlijk antwoord op de centrale vraag te komen.

Start

Open de pdf met fotoparen onder deze link op het bord.

Fotopaar 1: Kunst

Op de linker foto is een zelfportret te zien van Vincent van Gogh. Op de rechter foto zie je een imitatie van een onbekende schilder. Laat de leerlingen de volgende vragen in groepjes bespreken.

  • Is het ene schilderij beter of waardevoller dan het andere?
  • Waarom denk je dat?

Inventariseer de ideeën. Laat daarvoor eerst twee groepjes aan het woord komen: per groepje is één van de kinderen woordvoerder, zij of hij probeert de ideeën van het groepje samen te vatten.
Ga vervolgens na of de andere groepjes afwijkende ideeën hebben en geef alleen nog de beurt voor iets nieuws of aanvullends. Maak op het bord een korte aantekening van de belangrijkste argumenten of redenen uit de antwoorden.

Fotopaar 2: Frisdrank

Op de linker foto zie je een fles Coca-Cola. Op de rechter foto staat huismerkcola van de supermarkt.
Laat de leerlingen de volgende vragen in groepjes bespreken.

  •  Is de ene cola beter of lekkerder dan de andere? Of maakt het niet uit?
  • Waarom vind je dat?

Inventariseer de ideeën. Laat daarvoor opnieuw twee groepjes aan het woord komen (andere dan bij fotopaar 1). Ga vervolgens na of de andere groepjes afwijkende ideeën hebben en geef alleen nog de beurt voor iets nieuws of aanvullends.
Maak op het bord een korte aantekening van de belangrijkste argumenten of redenen uit de antwoorden.

Fotopaar 3: Bloemen

Op de linker foto zie je een bos verse tulpen, op de rechter foto een bos plastic tulpen.
Stel de groepjes de volgende vragen:

  • Zijn echte tulpen beter of mooier dan de plastic tulpen. Of is het juist andersom?
  • Waarom denk je dat?

Inventariseer opnieuw de verschillende ideeën en maak aantekeningen op het bord.

Ordenen

Bekijk de aantekeningen op het bord.

  • Er zijn redenen om iets echts beter te vinden dan namaak. Welke hebben jullie gevonden? Onderstreep deze met rood.
  • Er zijn redenen om namaak beter te vinden dan iets echts. Welke hebben jullie gevonden?
  • Onderstreep deze met groen.
Conclusies vinden

Kun je uit de ordening op het bord een conclusie trekken? Is er in de klas door dit onderzoek een antwoord gevonden op de centrale vraag? Probeer met elkaar een antwoord te formuleren. Doe het in de volgende vorm:

Iets echts is beter dan namaak als/omdat …

Namaak is beter dan echt als/omdat …

Afsluiting

Evalueer met elkaar hoe het filosoferen is verlopen en hoe de groep deze werkvorm heeft ervaren.