Filosoferen over samen spelen

Gespreksregels

Benoem voor de jongste kleuters bij elk gesprek opnieuw wat de werkwijze en het doel van het filosoferen is, bijvoorbeeld: Er zijn vragen waar we samen over nadenken. We vertellen elkaar in de kring wat we denken. Alle antwoorden zijn goed en iedereen doet mee.

Introductie

Lees ter introductie het volgende gedicht van Miep Diekmann voor.

Een huis van blokken

een huis van blokken
een paard met sokken
een auto met ramen
een deftige dame
een aap met kleren
een eend met veren
allemaal speeltjes op de grond
ring, ring, ring aan de staart van de hond.

Draag het gedicht vervolgens nogmaals voor en leg daarbij een aantal voorwerpen neer op de grond die aansluiten bij het gedicht (bijv. een paar blokken, een paar sokken, een autootje, een pop, een plaatje van een aap, een veer). Vraag bij wijze van startvraag aan de kinderen welke voorwerpen speelgoed zijn en welke niet.

Alternatieve introductie

Leg vervolgens een aantal voorwerpen in de kring: speelgoed zoals een autootje, een pop, een knuffel, een blokkendoos, maar ook andere voorwerpen zoals een mooie steen, een tak, een paar sokken, een emmer. Vraag de leerlingen welke voorwerpen speelgoed zijn en welke niet.

Filosofische vragen

Denk samen na aan de hand van enkele van de volgende vragen.

  • Zou je kunnen spelen met de voorwerpen die geen speelgoed zijn? Wat zou je ermee doen?
  • Speel je zelf ook weleens met iets wat eigenlijk geen speelgoed is? Kun je een voorbeeld geven?
  • Heb je speelgoed nodig om te kunnen spelen?
  • Waarmee speel jij graag?
  • Wat is spelen eigenlijk? Is puzzelen ook spelen? Is sporten ook spelen? Is tekenen ook spelen?
  • Spelen jongens anders dan meisjes? Zo ja, wat is het verschil?
  • Spelen grote mensen ook? Wat spelen zij?
  • Wat is leuker spelen: samen spelen of alleen? Waarom?
Afsluiting en verwerking

Sluit het gesprek af met een korte samenvatting.
Ter afsluiting kun je de voorwerpen uit de introductie gebruiken om een geheugenspel mee te spelen. Verberg de voorwerpen onder een doek en haal er ongezien één weg. Kunnen de kinderen bedenken welk voorwerp ontbreekt?

Verantwoording

Gedicht: M. Diekmann
uit de bundel ‘Ik zie je wel, ik hoor je wel’
Querido, Amsterdam 2008.