Filosoferen over bloot zijn

Introductie

Vertel ter introductie het sprookje ‘De nieuwe kleren van de keizer,’ bekend uit de vertellingen van Hans Christiaan Andersen. Gebruik de onderstaande synopsis van het verhaal ter voorbereiding en vertel vervolgens uit het hoofd. Geef je eigen invulling en gebruik je stem, mimiek en gebaren om het verhaal te ondersteunen, of vraag enkele kinderen om het verhaal uit te spelen tijdens de vertelling.

Synopsis van ‘De nieuwe kleren van de keizer’

Een ijdele, driftige keizer wil steeds duurdere en mooiere kleren. Zijn bedienden hebben de moeilijke taak steeds iets nieuws te verzinnen. Dan komen er twee onbekende, rondreizende kleermakers bij het paleis. Zij beweren een unieke stof te hebben gemaakt, die alleen slimme mensen kunnen zien. Die stof bestaat natuurlijk niet, maar niemand durft toe te geven dat hij de stof niet ziet. 
De keizer huurt de kleermakers in om nieuwe kleren voor hem te maken. Na een paar dagen komen de kleermakers de keizer zijn nieuwe kleren laten zien en passen. Ze zeggen dat ze hem prachtig staan, en alle bange bedienden van de keizer roepen ook dat hij er geweldig uitziet. De keizer ziet de kleren niet, maar doet alsof. En hij besluit in een mooie optocht door de stad zijn nieuwe kleren te laten zien aan het volk. De mensen zijn verbaasd, maar ook bang voor de keizer. Ze durven niets te zeggen. Behalve een kleine jongen, hij roept: “Hé kijk, de keizer in zijn blootje!” Dan beginnen alle mensen te roepen: “Ja, hij heeft gelijk, de keizer is bloot!” De keizer blijft doen alsof hij aangekleed is, maar gaat dan snel terug naar het paleis. Hij weet nu dat hij is bedrogen. De slimme kleermakers zijn allang vertrokken, met het vele geld dat ze voor de onzichtbare kleren hebben gekregen. 

Begrijpend luisteren

Vraag na wat de leerlingen uit het sprookje hebben begrepen. Stel eventueel een paar helpende vragen:

  • Wat is de keizer voor man, denk je?
  • Is het waar dat alleen slimme mensen de stof kunnen zien?
  • Hoe kan het dat de keizer in de truc van de kleermakers is getrapt?
Gespreksregels

Leid het filosoferen in en benoem het onderwerp van gesprek: bloot zijn. Geef gespreksregels aan voor de kring. Houd er rekening mee dat het onderwerp voor sommige kinderen ongemakkelijk of spannend kan zijn. Probeer hen gedurende het gesprek steeds gerust te stellen en het onderwerp te normaliseren.

Filosofische vragen

Denk samen na aan de hand van (enkele van) de volgende vragen.

  • Waarom dragen mensen eigenlijk kleren?
  • Is het verkeerd om bloot te zijn? Is het grappig om bloot te zijn? Waarom (niet)?
  • Is bloot iets om van te schrikken? Waarom (niet)?
  • Is bloot iets om je voor te schamen? Waarom (niet)?
  • Wat betekent schaamte? Wat voel je als je je schaamt?
  • Denk je dat alle blote mensen hetzelfde zijn, of zijn ze verschillend?
Afsluiting en verwerking

Sluit het gesprek af met een korte samenvatting.
Ter verwerking van de opdracht kunnen de leerlingen staand in de kring een beweegspel doen waarbij zij de bewegingen uitbeelden die horen bij aankleden en zo onzichtbare kleren aandoen. Eerst het ondergoed en de sokken (probeer op één been te staan), daarna een broek of rok en een trui, een jas aantrekken, een sjaal omdoen, een muts opzetten. Vraag steeds één leerling om een beweging voor te doen die de anderen imiteren, of bedenk samen steeds een kledingstuk en beeld dat tegelijk uit. Doe de leerlingen voor hoe je met nauwkeurige gebaren (een rits, knoopjes, een maillot) een levensechte beweging kunt uitbeelden.