Leren argumenteren: Gamen

Toelichting voor de gespreksleider

In deze les oefenen leerlingen in het geven van redenen: verklaringen en argumenten voor hun ideeën en uitspraken. Als we leerlingen vragen om een reden te geven voor hun mening, idee of standpunt, nodigen we hen uit om toe te lichten waarom ze een bepaalde uitspraak doen. Soms geven ze verklaringen die uitleggen waarom iets is zoals het is, of waarom iets gebeurde zoals het ging. Het gaat dan om de feiten. Op andere momenten gaat het om argumenten: die gaan verder dan een feitelijke verklaring, maar geven een reden om een bepaalde mening of een standpunt aan te hangen.

Wanneer we van leerlingen vragen om redenen te geven voor hun uitspraken, nodigen we hun gespreksgenoten tegelijkertijd uit om tot tegenredenen te komen. Op die manier zetten we aan tot echt onderzoeken door nauwkeurig verwoorden, kritisch luisteren en creatief denken. Omdat we filosoferen in dialoog en niet in discussie met elkaar, is het niet nodig om de ander met argumenten van jouw mening te overtuigen. De argumenten geven vooral ruimte om verder te denken.

Introductie

Introduceer de les als volgt bij de leerlingen:

In deze les oefenen we met het geven van redenen, een belangrijk onderdeel van filosoferen. Wanneer je antwoorden bedenkt op een filosofische vraag, willen we graag weten waaròm je juist dat antwoord geeft. ‘Waarom – daarom!’ gaat bij filosoferen niet op, daarom is geen reden. We willen meer leren over het onderwerp en van elkaar. Redenen die je geeft voor je ideeën, standpunten en antwoorden zijn belangrijk. Natuurlijk is niet iedereen het met je eens, maar dat hoeft ook niet. Door jouw redenen kunnen anderen verder denken en kun je samen beter onderzoeken. 

Het onderwerp van deze les is gamen. 

Stap 1: Goed of slecht?

De leerlingen denken individueel of in kleine (tafel)groepjes na over een antwoord op de volgende vraag. Ze kunnen op papier aantekeningen maken van hun ideeën.

  • Is gamen goed of slecht voor kinderen? Geef redenen voor je antwoord. Doe het op de volgende manier:
    Gamen is goed voor kinderen, want …
    Gamen is slecht voor kinderen, omdat …

Geef de leerlingen ca. 5 minuten tijd om zelfstandig te werken. Bespreek vervolgens klassikaal welke redenen er zijn gevonden.

Stap 2: Verslaafd

De leerlingen denken individueel of in kleine (tafel)groepjes na over een antwoord op de volgende vraag. Ze kunnen op papier aantekeningen maken van hun ideeën.

  • Kun je verslaafd raken aan een hobby, zoals gamen? Leg je antwoord uit. Doe het op de volgende manier:
    Ja, dat kan, want …

    Nee, dat kan niet, omdat …

Geef de leerlingen ca. 5 minuten tijd om zelfstandig te werken. Bespreek vervolgens klassikaal de antwoorden en redenen die er bedacht zijn. Vraag of de leerlingen op elkaars antwoorden en redenen willen reageren.

Stap 3: Te veel

De leerlingen denken individueel of in kleine (tafelgroepjes) na over een antwoord op de volgende vraag. Ze kunnen op papier aantekeningen maken van hun ideeën.

  • Kan iemand niet verslaafd zijn, maar toch teveel gamen? Leg je antwoord uit. Doe het op de volgende manier:
    Ik vind van wel, omdat …
    Ik vind van niet, omdat …

Geef de leerlingen 5-10 minuten tijd om zelfstandig te werken. Bespreek de gevonden antwoorden en argumenten. Neem na elk antwoord even de tijd om anderen te laten reageren en tot tegenargumenten te komen.

Afsluiting

Sluit de les af met een korte evaluatie. Wat hebben de leerlingen ontdekt over het geven van redenen voor hun antwoorden? Zijn er verschillen in soorten vragen en soorten redenen? Hangt het van de vraag af wat voor soort reden je geeft?
Complimenteer de leerlingen voor hun inzet.