Prentenboek ‘Waar ben je, Kleine Beer?’ – Filosoferen over zelfstandigheid

1001004002721921

Introductie

Lees ter introductie het prentenboek voor of bekijk een digitale versie op Youtube.

Beschrijving van het boek ‘Waar ben je, kleine beer?’ door M. Waddell

Kleine Beer ontdekt een grot die precies groot genoeg is voor hem alleen. Hij maakt er zijn eigen huis van en heeft het geweldig naar zijn zin. Maar als het nacht wordt, begint hij zich zorgen te maken: zal Grote Beer niet eenzaam zijn zonder hem?

Begrijpend luisteren

Ga na of de leerlingen het verhaal hebben begrepen. Stel eventueel een paar helpende vragen:

  • Wat deed de Kleine Beer?
  • Kon hij al goed alleen zijn in zijn eigen huis?
  • Waarom ging hij terug naar Grote Beer?
Gespreksregels

Leid het filosoferen in. Benoem de gespreksregels in de kring.

Filosofische vragen

Denk samen na aan de hand van (enkele van) de volgende vragen.

  • Wat kan je (al) zelf?
  • Hoe weet je dat je iets kunt?
  • Wat kun je (nog) niet zelf?
  • Kun je leren om alles zelf te doen? Hoe doe je dat?
  • Wanneer kun je alles? Hoe weet je dat?
  • Zou er iemand bestaan die alles kan? Waarom (niet)? Hoe zou dat zijn?
  • Zou er iemand bestaan die niets kan? Waarom (niet)? Hoe zou dat zijn?
Afsluiting

Sluit het gesprek af met een korte samenvatting.
Ter verwerking kunnen de leerlingen tenten en hutten bouwen in de klas of op het speelplein.

Verantwoording

Titel: Waar ben je, Kleine Beer?
Schrijver: M. Waddell
Uitgeverij: Lemniscaat, Rotterdam 2005.